Hoe strak moet je een dakdrager aandraaien?
Een dakdrager moet stevig vastzitten, maar je moet hem nooit zo strak mogelijk aandraaien. De fabrikant geeft hiervoor meestal een aanhaalmoment op, bijvoorbeeld 5 Nm.
Maar wat betekent 5 Nm nou in de praktijk?
Je kunt 5 Nm het beste zien als stevig handvast. Je draait de bout vast totdat alles goed klemt en stevig zit, maar je zet daarna niet nog eens met je hele lichaamsgewicht extra kracht.
Gebruik je een normale korte inbussleutel of kleine ratel, dan voelt 5 Nm duidelijk stevig aan, maar zeker niet extreem strak. Met een lange ratel bereik je 5 Nm juist heel snel, waardoor je een bout gemakkelijk te strak kunt zetten.
Een handige vuistregel is daarom:
Vast = goed. Extra hard vast = niet beter.
Bij veel dakdragers ligt het aanhaalmoment rond de 4 tot 6 Nm, maar controleer altijd de handleiding van jouw specifieke dakdrager.
Waarom niet extra strak?
Te strak aandraaien kan ervoor zorgen dat:
- het schroefdraad beschadigt
- een bout of moer doordraait
- een montagevoet vervormt
- kunststof onderdelen beschadigen
- er onnodig veel druk op het dak komt
Te los is natuurlijk ook niet goed. De dakdrager mag na montage niet kunnen bewegen of verschuiven.
Hoe doe je het goed?
Monteer de dakdrager volgens de handleiding en gebruik bij voorkeur een momentsleutel als de fabrikant een Nm-waarde opgeeft.
Staat er bijvoorbeeld 5 Nm? Stel de momentsleutel dan in op 5 Nm en stop zodra deze klikt.
Heb je geen momentsleutel? Draai de bevestiging dan met normaal handgereedschap stevig vast, maar gebruik geen lange hefboom en zet niet met maximale kracht door.
Controleer de dakdragers na montage nog even door eraan te bewegen. Er mag geen speling in zitten. Controleer ze ook nogmaals na de eerste rit en voor een lange reis.
Kort samengevat: een dakdrager moet stevig vast, niet muurvast.
